Het (nieuwe) Ministerieel Besluit van 02/02/2001.
Sinds 2 februari 2001 hebben wij (eindelijk) een nieuwe wetgeving voor de radioamateurs. Op die datum verscheen in het Belgisch Staatsblad het Ministerieel Besluit dat op 13 januari 2001 door de bevoegde minister werd getekend.
Gezien in het MB geen datum van in voege treding is vermeld wordt deze automatisch bepaald op 10 dagen na de datum van verschijnen in het Belgisch Staatsblad, dus 12 februari 2001.
Het spreekt voor zich dat dit volledige MB moet gekend zijn
voor het examen B en C.
|
KONINKRIJK BELGIE MINISTERIE VAN VERKEER EN INFRASTRUCTUUR TELECOMMUNICATIE |
|
Ministerieel besluit betreffende het aanleggen en het doen werken van
radio-elektrische stations door radioamateurs. |
|
De
Minister van Telecommunicatie, |
|
Gelet op de wet van 30 juli
1979 betreffende de radioberichtgeving, inzonderheid artikel 3, ter dele
vernietigd bij arrest nr. 1/91 van het Arbitragehof van 7 februari 1991; |
|
Gelet op het koninklijk besluit van 15 oktober 1979
betreffende de private radioverbindingen, inzonderheid op artikel 3,
gewijzigd door het koninklijk besluit
van 16 april 1998, en op de artikelen 4, 18 en 21, gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 18 december
1986 en bij het koninklijk besluit
van 15 maart 1994; |
|
Gelet
op het ministerieel besluit van 19
december 1986 betreffende het aanleggen en het doen werken van
radio-elektrische stations door radioamateurs; |
|
Gelet op het advies van de
Europese Commissie gegeven met toepassing
van richtlijn 98/34/EG van het
Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een
informatieprocedure op het gebied van
normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij, gewijzigd bij
richtlijn 98/48/EG van het Europees
Parlement en de Raad van 20 juli
1998; |
|
Gelet op het advies van de
Raad van State, gegeven op 18 december 2000; |
|
Besluit
: |
|
|
|
HOOFDSTUK I – Algemene
bepalingen |
|
|
|
Artikel 1. Voor
de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: |
|
1° U.I.T. : "Union Internationale
des Télécommunications" (Internationale Unie betreffende de
Televerbindingen); |
|
2°
C.E.P.T. : "Conférence
Européenne des administrations des Postes et Télécommunications"
(Europese Conferentie van de administraties van Posterijen en
Telecommunicatie); |
|
3° Instituut: Belgisch Instituut voor postdiensten en
telecommunicatie; |
|
4° amateurdienst : een
radiodienst met als doel de zelfontwikkeling, onderlinge radiogemeenschap en
technische onderzoekingen, uitgeoefend door radioamateurs; |
|
5° amateursatellietendienst : radiodienst
die gebruik maakt van in satellieten geplaatste ruimtestations met hetzelfde
doel als dat van de amateurdienst; |
|
6° amateurstation : één of
meer zendinrichtingen voor de amateurdienst, met de daarbij behorende
antenne-inrichtingen; |
|
7° mobiel amateurstation: een
mobile station opgesteld door een radioamateur ofwel in een voertuig, ofwel
aan boord van een zeeschip of binnenschip, ofwel in andere mobiele objecten
met uitzondering van luchtvaartuigen en elk ander door de lucht gedragen
voorwerp; |
|
8° draagbaar amateurstation:
een amateurstation met autonome al dan niet ingebouwde voeding, ongeacht of
het wordt gebruikt terwijl het wordt meegedragen of terwijl het zich in een
voertuig bevindt of elders opgesteld is; |
|
9° H.A.R.E.C. getuigschrift :
het "Geharmoniseerd Certificaat voor het examen van radioamateur" ,
op basis van de wederzijdse erkenning door de C.E.P.T. – lidstaten; |
|
10° vereniging van radioamateurs : een vereniging zonder
winstoogmerk, in België opgericht door radioamateurs, met als doel het geheel
van de activiteiten, die door onderhavig ministerieel besluit geregeld
worden, te bevorderen; |
|
11° zendinrichting : een
amateurstation met alle toebehoren om radioamateurverbindingen tot stand te
brengen. |
|
|
|
HOOFDSTUK II – De Examens |
|
|
|
Artikel 2. §
1. De examens voor radioamateur
worden door het Instituut ingericht. De examensessies worden georganiseerd
volgens de behoeften. Er zijn minimum twee examenperiodes per jaar. |
|
§
2. De examenstof voor het
A-examen is samengevat in bijlage 1. |
|
Het A-examen bestaat uit het
ontvangen op het gehoor en het seinen van morsetekens tegen de snelheid van 5
woorden per minuut gedurende 3 minuten. Geslaagd zijn de kandidaten die bij
het ontvangen de tekst leesbaar en met een maximum van 4 fouten opschrijven,
en die bij het seinen de tekst op voldoende verstaanbare
wijze en met een maximum van 1 niet verbeterde en vier verbeterde fouten
seinen. Het gebruik van automatische seinsleutels, die punten en strepen
produceren op elektronische of mechanische wijze, is verboden. |
|
De examenstof voor het
B-examen is samengevat in bijlage 2. |
|
De examenstof voor het
C-examen is samengevat in bijlage 3. |
|
Het B-examen en het C-examen
bestaan uit meerkeuzevragen. Geslaagd zijn voor het B-examen en het C-examen
de kandidaten die twee derde van de punten hebben behaald. |
|
§ 3. Alleen zij die voor het
B-examen zijn geslaagd worden tot het A-examen toegelaten. |
|
§ 4. Er wordt geen enkele,
zelfs gedeeltelijke, vrijstelling van enige examenstof verleend. |
|
§ 5. Wie voor de examens
slaagt, ontvangt de volgende getuigschriften : : |
|
1° A-examen : het H.A.R.E.C.-getuigschrift A; |
|
2° B-examen : het H.A.R.E.C.-getuigschrift B; |
|
3° C-examen : een getuigschrift van aspirant privaat
radiotelefonist. |
|
§ 6. Wie voor een examen zakt,
moet op zijn minst twee maanden wachten voor hij zich opnieuw voor dat examen
mag aanmelden. |
|
Elke aan bedrog of poging tot
bedrog schuldig bevonden kandidaat wordt gedurende de volgende drie jaren
niet meer tot de examens toegelaten. |
|
Artikel 3. § 1.
Aanvragen om deelneming aan de examens worden middels het door het
Instituut opgestelde inschrijvingsformulier ingediend. § 2. De inschrijvingen voor de
examens worden 10 werkdagen vóór de data van de examens afgesloten. Elke
daarna ontvangen inschrijving wordt geregistreerd voor de volgende
examenperiode. |
|
§ 3. Het inschrijvingsrecht
wordt op voorhand betaald en het bewijs van de betaling wordt bij het inschrijvingsformulier gevoegd. |
|
Het
inschrijvingsgeld wordt nooit terugbetaald. Het
wordt overdragen naar de volgende examensessie ingeval van laattijdige
inschrijving. |
|
Artikel 4. § 1.
Een examen kan ten huize van een kandidaat worden afgenomen indien hij
het bewijs levert dat hem een bestendige invaliditeit van ten minste 80 %
door een bevoegde overheid werd toegekend of hij een geneeskundig attest
indient waaruit blijkt, dat hij in de bestendige en volstrekte onmogelijkheid
verkeert zich buiten zijn woning te verplaatsen zonder de hulp van een derde. Indien het Instituut vaststelt
dat de ingediende stukken vals zijn, zullen de kosten die het heeft gedragen
om het examen ten huize van de kandidaat te organiseren, door laatstgenoemde
worden vergoed, onverminderd de gerechtelijke vervolgingen die kunnen worden
ingesteld. |
|
§ 2. Voor minder-valide
kandidaten die zich kunnen verplaatsen maar die het examen niet samen met de
andere kandidaten kunnen afleggen, kan het Instituut een examen organiseren
dat aan hun fysieke toestand is aangepast. |
|
|
|
HOOFDSTUK III - De
vergunningen |
|
|
|
Artikel 5. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 6 wordt een vergunning voor het
houden of opzetten en het laten werken
van een amateurstation alleen afgegeven aan een houder van een in artikel
2, § 5, genoemd getuigschrift of aan een vereniging van radioamateurs. De
vergunning heeft een geldigheidsduur van twaalf maanden. De
vergunning bevindt zich bij de zendinrichting. |
|
Artikel 6. § 1. Personen, die een H.A.R.E.C.
getuigschrift voorleggen dat in het buitenland afgeleverd werd, kunnen een
vergunning bekomen. |
|
Volgens het voorgelegde
getuigschrift wordt een vergunning verleend voor een amateurstation van
sectie A, B of C : |
|
1° sectie A : H.A.R.E.C.-getuigschrift A of getuigschrift
van privaat radiotelegrafist; |
|
2° sectie B : H.A.R.E.C.-getuigschrift B of getuigschrift
van privaat radiotelefonist; |
|
3° sectie C : getuigschrift van aspirant privaat
radiotelefonist. |
|
§ 2. Buitenlandse
radioamateurs die geen houder zijn van een H.A.R.E.C.-getuigschrift of van
een C.E.P.T. T/R 61-01 vergunning kunnen, op grond van het getuigschrift
afgeleverd door de buitenlandse overheden, gedurende hun verblijf in België,
een vergunning bekomen om een amateurstation aan te leggen en te doen werken. |
|
De sectie van het
amateurstation wordt door het Instituut bepaald volgens het niveau van het in
het buitenland afgelegde examen. Het niveau is minstens gelijk aan dat om een
H.A.R.E.C.-getuigschrift te bekomen. |
|
Indien het verblijf korter is
dan één jaar, wordt de vergunning verleend voor de voorziene duur van het
verblijf. Indien het verblijf langer is dan een jaar, is de vergunning geldig
tot 31 december van het eerste volledig jaar dat volgt op de datum van de
aanvraag. De vergunning kan van jaar tot jaar worden verlengd tot het einde
van het verblijf. |
|
§ 3. De radioamateurs van
Belgische nationaliteit kunnen op grond van een getuigschrift, afgeleverd
door vreemde overheden, een aanvraag om een vergunning indienen. De sectie
van het amateurstation wordt door het Instituut bepaald volgens het niveau
van het in het buitenland afgelegde examen. Het niveau van het examen is
minstens gelijk aan dat om een H.A.R.E.C.-getuigschrift te bekomen. |
|
Artikel 7. Bij de aanvraag van een vergunning worden
volgende bescheiden en inlichtingen gevoegd : 1°
indien de vergunning aangevraagd wordt door een natuurlijke persoon : een
kopie van de in de artikelen 2, § 5,
en 6 vermeld vergunningen, in
overeenstemming met de sectie waarvoor de vergunning gevraagd wordt; als het
om een vast station gaat, de plaats waar het opgesteld wordt; 2°
indien de vergunning wordt aangevraagd door een vereniging van radioamateurs
: de
naam, het adres en het telefoonnummer van de radioamateur van wie de
vergunning overeenstemt met de sectie
van het station, die namens de
vereniging zal instaan voor het gebruik en de goede werking van het station, een
ondertekende verklaring van deze radioamateur, dat hij deze
verantwoordelijkenden opneemt. |
|
Artikel 8. Aan
de vereniging van radioamateurs worden slechts vergunningen voor één of meer
vaste stations afgeleverd. |
|
Artikel 9. § 1.
De vereniging van radioamateurs kunnen worden gemachtigd om
automatische onbemande stations aan te leggen en te doen werken. |
|
De vergunningsaanvragen zijn
door de voorzitter van de vereniging ondertekend en bevatten : |
|
1° de opstellingsplaats van
het station ; |
|
2° de naam, het adres en het
telefoonnummer van de radioamateur en zijn plaatsvervanger die namens de
vereniging instaan voor het gebruik van het automatisch onbemande station. De
getuigschriften van de
verantwoordelijke radioamateur en van zijn plaatsvervanger stemmen overeen
met de sectie van het station. |
|
3° een verklaring ondertekend
door de voorzitters van de andere verenigingen, waarin wordt bevestigd dat
zij akkoord gaan met het gebruik van de frequentie(s). Voor stations die de
werking van amateurstations in de buurlanden kunnen beïnvloeden, wordt
eveneens de goedkeuring gevraagd van de verenigingen van de buurlanden die
instaan voor de harmonisering van het frequentiegebruik in de amateurbanden; |
|
4° een verbintenis van de
vereniging om alle radioamateurs kosteloos gebruik te laten maken van haar
automatische onbemande stations. |
|
|
|
HOOFDSTUK IV – Het dagboek
en te verstrekken gegevens |
|
|
|
Artikel 10. De vergunninghouder houdt een journaal bij
waarin hij alle radioverbindingen noteert die met zijn vaste station(s)
worden gemaakt. |
|
Dit bevat : |
|
a) de datum en het tijdstip van elke uitzending; |
|
b) de roepnaam van het tegenstation; |
|
c) de gebruikte frequentieband en de klasse van
uitzending; |
|
d)
de
naam of de roepnaam van iedere andere gebruiker van het station. |
|
Het dagboek kan in de vorm van
een computerbestand gehouden worden, of in een vorm die aangepast aan
gehandicapten. |
|
Het dagboek wordt op elk
verzoek van het Instituut voorgelegd. Het wordt minstens twee jaar na de
laatste opgetekende uitzending bewaard. |
|
Artikel 11. De vergunninghouder stelt het Instituut
vooraf in kennis van alle veranderingen van de plaats van opstelling van zijn
vaste station(s) en van zijn correspondentieadres als dat van de plaats van
opstelling verschilt. Vaste
stations van een vereniging van radioamateurs mogen echter tijdelijk worden verplaatst, zonder dat
het Instituut daarvan verwittigd wordt, wanneer de vereniging aan een wedstrijd of een gezamenlijke
radioamateuractiviteit deelneemt. |
|
|
|
HOOFDSTUK V –
Zendinrichtingen |
|
|
|
Artikel 12. Het maximum zendvermogen van de
zendinrichtingen mag niet meer bedragen dan tweemaal het toegelaten zendvermogen. |
|
Artikel 13. Zendinrichtingen die schadelijke
interferenties veroorzaken, zijn zodanig gedemonteerd, dat ze niet meer
kunnen uitzenden of op een eenvoudige wijze geschikt gemaakt voor
uitzendingen. |
|
Artikel 14. De vergunninghouder draagt er zorg voor dat
door de uitzendingen van de zendinrichting de grenzen van de hem toegewezen
frequentiebanden en het toegestane zendvermogen niet worden overschreden. Bijlage
4 bevat de toegestane combinaties van frequentiebanden en zendvermogen, alsook
van de status en de klassen van uitzending. |
|
Artikel 15. Aan de vergunninghouder voor een station
van sectie A of B kan, voor bijzondere experimenten of voor het deelnemen aan
internationale wedstrijden, de door de Minister gemachtigde ambtenaar van het
Instituut toelating verlenen om af te wijken van de in dit besluit
voorgeschreven klassen van uitzending, de toegewezen frequenties en het
toegestane zendvermogen. |
|
Artikel 16. De opstellingsplaats, het maximaal vermogen
en de te gebruiken frequenties van elk automatisch onbemand station worden in
de vergunning bepaald. |
|
De automatische onbemande
stations voldoen bovendien aan de voorschriften van bijlage 6. |
|
Artikel 17. Het meten van het zendvermogen van een
amateurstation gebeurt overeenkomstig bijlage 7. |
|
|
|
HOOFDSTUK VI - Gebruik van
het amateurstation |
|
|
|
Artikel 18. Aan elke vergunninghouder wordt door het
Instituut een roepnaam voor zijn station gegeven. Deze roepnaam wordt als
volgt gebruikt : |
|
1° bij het begin en bij einde
van elke uitzending zendt de vergunninghouder zijn roepnaam op zijn minst één
keer uit op de manier als in bijlage 8 wordt bepaald. Is de uitzending
opgebouwd uit kortdurende uitzendingen over en weer met andere stations, dan
wordt deze reeks kortdurende uitzendingen als één uitzending beschouwd; |
|
2° gedurende een uitzending is
de roepnaam ten minste éénmaal om de vijf minuten duidelijk herkenbaar en
waarneembaar in de over te dragen informatie; |
|
3° in voorkomend geval wordt
de roepnaam met de volgende suffixen aangevuld: |
|
/M voor een mobiel station: |
|
/MM voor een maritiem-mobiel station; |
|
/P voor een draagbaar station (alsook voor een gelegenheidsopstelling van het
station, bijvoorbeeld voor een
radioamateurwedstrijd); |
|
/A voor een station dat gebruikt wordt als vast station op
een andere plaats dan aangeduid in de vergunning; |
|
4° indien een amateurstation
gebruikt wordt door een ander radioamateur dan de vergunninghouder, dan zendt
de gebruiker de roepnaam van de vergunninghouder uit, gevolgd door het woord
“operator” en zijn eigen roepnaam; |
|
5° indien een station van een
vereniging wordt gebruikt, wordt alleen de
roepnaam van dit station uitgezonden; |
|
6° de roepnaam van een
radioamateurstation heeft nooit meer dan zes karakters, waarvan één cijfer op
de derde rang; |
|
De
roepnaam van een radioamateurstation kan te allen tijde gewijzigd worden door
het Instituut. |
|
Artikel 19. De vergunninghouder kan een amateurstation
gebruiken voor het doen van technische onderzoeken, alsmede voor het in
verstaanbare taal, tekst of beeld uitwisselen van berichten met betrekking
tot technische onderzoeken en voor berichten van
persoonlijke aard waarvoor, uit hoofde van hun onbelangrijkheid, het gebruik
van de telecommunicatie- infrastructuren niet vereist is. |
|
Artikel 20. Het is de vergunninghouder verboden : |
|
1° in verbinding te treden met andere dan vergunde
amateurstations; |
|
2° in verbinding te treden met buitenlandse amateurstations
indien de administratie van de betreffende landen of de Belgische overheid
hiertegen bij de Minister bezwaar heeft aangetekend. Het Instituut publiceert
een lijst van dergelijk landen; |
|
3° berichten te ontvangen of uit te zenden voor rekening
van derden; |
|
4° informatie van andere amateurstations (her)uit te
zenden, indien deze informatie niet in
overeenstemming is met hetgeen in artikel 22 is bepaald; |
|
5° muziekprogramma’s uit te zenden; |
|
6° handelsreclame uit te zenden; |
|
7° valse of bedrieglijke noodberichten uit te zenden; |
|
8° gecodeerde informatie, alleen verstaanbaar door de bestemmeling,
uit te zenden; |
|
9° zonder bijzondere toelating van het Instituut,
uitzendingen te verrichten
met een hoger vermogen dan dat bepaald in de hem
afgeleverde vergunningen; |
|
10° zijn station op een telecommunicatienet aan te sluiten. |
|
Artikel 21. Bij het
uitproberen van uitzendingen zoals
datatransmissie, televisie, slowscantelevisie (SSTV), facsimile of
spreadspectrum leeft de radioamateur de geldende internationale normen na. |
|
Artikel 22. Voor de uitzendingen op frequenties waarop
de amateurdienst met een secundaire status is toegelaten, gelden de volgende
verplichtingen: |
|
1° de vergunninghouder
verleent te allen tijde voorrang aan diensten met een primaire status; |
|
2° de uitzendingen wordt
onmiddellijk beëindigd ingeval een storing veroorzaakt wordt in een
radioverbinding van een primaire dienst; |
|
3° de ruimtestations van de
amateursatellietdienst zijn uitgerust met aangepaste inrichtingen om
hinderlijke storingen met behulp van bedieningsgrondstations te kunnen
opheffen. Wanneer het Instituut dergelijke ruimtestations toelaat, wordt het
Radiocommunicatie Bureau van de U.I.T. ingelicht en gaat het Instituut na of
een voldoend aantal bedieningsgrondstations vóór de lancering opgesteld zijn,
om elke hinderlijke storing te kunnen opheffen. |
|
Artikel 23. § 1. De vergunninghouder is bij de
uitzendingen van een amateurstation aanwezig. |
|
§ 2. De aanwezigheid van de
vergunninghouder is evenwel niet vereist voor: |
|
1° de in artikel 9 bedoelde
automatische onbemande stations; |
|
2° zendtoestellen die door
amateurs gebruikt worden bij alle wedstrijden. |
|
§ 3. De vergunninghouder of de
verantwoordelijke van het station treft passende maatregelen ter voorkoming
van het gebruik van zijn amateurstation door onbevoegden. |
|
§ 4. Wanneer verenigingen van
radioamateurs cursussen inrichten om kandidaten voor te bereiden tot de in
artikel 2 bedoelde examens, kan de door de Minister gemachtigde ambtenaar van het Instituut, op aanvraag
van de vereniging, aan deze kandidaten toelating verlenen om, onder toezicht
van de radioamateur, met het station van de vereniging uitzendingen te doen.
Deze uitzendingen stemmen overeen met de sectie waarvoor de kandidaat het
examen voorbereidt. De toelating wordt verleend voor een periode van negentig
dagen voorafgaand aan het examen waarvoor de kandidaat zich heeft
ingeschreven. Indien de kandidaat zich niet aanbiedt voor het examen, wordt
hem geen toelating meer verleend. |
|
Artikel 24. In geval van catastrofen kunnen de
radioamateurs, op aanvraag en ten behoeve van het Belgische Rode Kruis of
andere Belgische nooddiensten, met hun amateurstation en relaisstations en
datanetwerkstations een radionoodnet opstellen en doen werken. |
|
Het
radionoodnet kan ook worden opgesteld ter gelegenheid van nationale of
internationale oefeningen, ingericht door of met de medewerking van het
Belgische Rode Kruis of andere Belgische nooddiensten; |
|
De radioamateurs die meewerken
aan dat noodnet ontvangen hiervoor geen enkele vergoeding. |
|
|
|
HOOFDSTUK VII –
Slotbepaling |
|
|
|
Artikel 25. Het ministerieel besluit van 19 december
1986 betreffende het aanleggen en het doen werken van radio-elektrische
stations door radioamateurs wordt opgeheven. De
vergunningen verkregen op basis van het ministerieel van 19 december 1986
besluit blijven geldig tot 31 december 2001. De
getuigschriften verkregen op basis van het ministerieel besluit van 19
december 1986 blijven onbeperkt
geldig. |
|
|
|
De
Minister van Telecommunicatie, |
|
|
|
Rik
Daems |
In de praktijk is dat in feite enkel een kadertekst.
Veel belangrijker zijn de bijlagen bij dit nieuwe ministeriële besluit. Zij regelen een aantal technische aspecten evenals het programma van de verschillende examens.
Ze volgen dan ook hierna.
|
Bijlage 1 bij het ministerieel
besluit van betreffende het aanleggen en het doen werken van
radio-elektrische stations door radioamateurs. |
|
|
|
Programma van het A-examen |
|
|
|
HOOFDSTUK 1 |
|
|
|
De letters van het alfabet
; |
|
De 10 cijfers ; |
|
De punt (.); |
|
De komma (,); |
|
Het vraagteken (?) ; |
|
De breukstreep (/) ; |
|
Het gelijkheidsteken (=) ; |
|
Het teken (+) ; |
|
Het afkappingsteken (‘); |
|
De fout ; |
|
|
|
|
|
HOOFDSTUK 2 |
|
|
|
Afkortingen die in de
amateurdienst worden gebruikt |
|
|
|
AR Einde van de uitzending* |
|
AS Het wachten* |
|
BK Signaal om een uitzending
te onderbreken |
|
CQ Algemene oproep aan alle
stations |
|
CW Doorlopende golf - Telegrafie |
|
DE Gebruikt om de roepnaam van
het station af te scheiden |
|
K Uitnodiging om te zenden |
|
MSG Bericht |
|
PSE Alstublieft |
|
RST Verstaanbaarheid, signaalsterkte,
toonkwaliteit |
|
R Ontvangen |
|
RX Ontvanger |
|
SIG Signaal |
|
TX Zender |
|
UR Uw, jouw |
|
SK/AV Einde van de communicatie* |
|
|
|
* : Wordt zonder spatie
tussen de letters uitgezonden |
|
|
|
************************************************ |
Bijlage 2: Programma van het B-examen
|
Bijlage 2 bij het ministerieel
besluit betreffende het aanleggen en het doen werken van radio-elektrische
stations door radioamateurs. |
|
|
|
Programma van het examen B |
|
|
|
HOOFDSTUK 1 : Internationale reglementering |
|
|
|
1.1 Radioreglement van de UIT |
|
- Bepaling van de
amateurdienst en van de amateursatellietdienst |
|
- Bepaling van een
amateurstation |
|
- Artikel 32 van het
Radioreglement |
|
- Frequentiebanden van de
amateurdienst |
|
- Radioregio’s van de UIT |
|
- Identificatie van
radioamateurstations, Europese nationale kengetallen |
|
- Samenstelling van de
roepnamen, Gebruik van de roepnamen |
|
- Internationaal gebruik
van een amateurstation in geval van nationale rampen |
|
- Noodsignalen |
|
- Resolutie nr. 640 van het
Radioreglement van de UIT |
|
|
|
1.2 Reglementering van de CEPT |
|
- De aanbevelingen en
beslissingen van de CEPT betreffende radioamateurs |
|
|
|
HOOFDSTUK 2 : Nationale reglementering |
|
|
|
- De artikelen 3, 4, 7, 8
en 9bis van de wet van 30 juli 1979 betreffende de radioberichtgeving |
|
- De artikelen 3, 4, 5, 7,
8, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 18, 21, 22, 23, 24, 25, 31 en 32 van het
koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private
radioverbindingen |
|
- Dit ministerieel besluit
en zijn bijlagen |
|
|
|
HOOFDSTUK 3 : Uittreksel uit
de internationale Q-code |
|
CODE |
VRAAG |
ANTWOORD OF BERICHT |
|
QRK |
Wat is de leesbaarheid van
mijn signalen (of van de signalen van ...) ? |
De leesbaarheid van uw
signalen (of van de signalen van ...) is : 1. Slecht. 2. Matig. 3.Tamelijk goed. 4. Goed. 5. Uitstekend. |
|
QRM |
Wordt u gestoord ? |
Ik word gestoord : 1. Ik word helemaal niet
gestoord. 2. Lichtjes. 3. Matig. 4. Erg. 5. Heel erg. |
|
QRN |
Wordt u gestoord door
atmosferische storingen ? |
Ik word gestoord door
atmosferische storingen. 1. Ik word helemaal niet
gestoord door atmosferische storingen. 2. Lichtjes. 3. Matig. 4. Erg. 5. Heel erg. |
|
QRO |
Moet ik meer vermogen
gebruiken ? |
Gebruik meer vermogen. |
|
QRP |
Moet ik minder vermogen
gebruiken ? |
Gebruik minder vermogen. |
|
QRS |
Moet ik langzamer uitzenden
? |
Zend langzamer uit. |
|
QRT |
Moet ik ophouden met te
zenden ? |
Houd op met te zenden. |
|
QRV |
Bent u gereed ? |
Ik ben gereed. |
|
QRX |
Wanneer roept u mij opnieuw
op ? |
Ik zal u opnieuw oproepen
om ... uur (op ... kHz [of MHz]). |
|
QRZ |
Wie roept me ? |
U wordt opgeroepen door ...
(op ... kHz [of MHz]). |
|
QSB |
Is er fading op mijn
signaal ? |
Er is fading op uw signaal. |
|
QSL |
Kunt u ontvangst bevestigen
? |
Ik bevestig ontvangst. |
|
QSO |
Kunt u rechtstreeks (of via
relais) communiceren met ... ? |
Ik kan rechtstreeks (of via
...) communiceren met ... |
|
QSY |
Moet ik zenden op een
andere frequentie ? |
Zend op een andere
frequentie (of op ... kHz [of MHz]). |
|
QTH |
Wat is uw positie in
lengte- en breedtegraad (of volgens een andere aanwijzing) ? |
Mijn positie is ...
breedtegraad en ... lengtegraad (of volgens een andere aanwijzing) |
|
HOOFDSTUK 4 :
Internationale tabel voor fonetische spelling |
|
Door te zenden LETTERS |
CODEWOORD |
UITSPRAAK van het code
woord |
|
A |
Alfa |
AL FAH |
|
B |
Bravo |
BRA VO |
|
C |
Charlie |
TCHAR LI ou/of CHAR LI |
|
D |
Delta |
DEL THA |
|
E |
Écho |
EK O |
|
F |
Foxtrot |
FOX TROTT |
|
G |
Golf |
GOLF |
|
H |
Hôtel |
HO TELL |
|
I |
India |
IN DI AH |
|
J |
Juliett |
DJOU LI ETT |
|
K |
Kilo |
KI
LO |
|
L |
Lima |
LI MAH |
|
M |
Mike |
MA
IK |
|
N |
November |
NO VEMM BER |
|
O |
Oscar |
OSS
KAR |
|
P |
Papa |
PAH PAH |
|
Q |
Quebec |
KÉ BEK |
|
R |
Romeo |
RO ME O |
|
S |
Sierra |
SI ER RAH |
|
T |
Tango |
TANG GO |
|
U |
Uniform |
YOU NI FORM ou/of OU NI FORM |
|
V |
Victor |
VIK TOR |
|
W |
Whiskey |
OUISS KI |
|
X |
X-ray |
EKSS RE |
|
Y |
Yankee |
YANG
KI |
|
Z |
Zoulou |
ZOU
LOU |
|
|
*De beklemtoonde
lettergrepen staan in het vetjes |
|
|
HOOFDSTUK 5 :
Elektriciteit, elektromagnetisme en radiotechniek |
|
|
|
5.1 Geleidbaarheid |
|
- Geleiders, halfgeleiders
en niet-geleiders |
|
- Stroom, spanning en
weerstand |
|
- De eenheden : ampère,
volt en ohm |
|
- De wet van Ohm (U=I.R) |
|
- De wetten van kirchhoff |
|
- Elektrisch vermogen
(P=U.I) |
|
- De eenheid watt |
|
- Elektrische energie
(W=P.t) |
|
- Het vermogen van een
batterij (ampère-uur) |
|
|
|
5.2 Bronnen van
elektriciteit |
|
-
Spanningsbron, bronspanning (EMK), kortsluitstroom, interne weerstand en
klemspanning |
|
- Serie- en parallelschakeling
van spanningsbronnen |
|
|
|
5.3 Elektrisch
veld |
|
- Elektrische
veldsterkte |
|
- De eenheid :
volt/meter |
|
- Afscherming
van elektrische velden |
|
|
|
5.4 Magnetisch
veld |
|
- Magnetisch
veld rondom een geleider |
|
- Afscherming
van magnetische velden |
|
|
|
5.5 Elektromagnetisch
veld |
|
- Radiogolven bekeken als
elektromagnetische golven |
|
- Voortplantingssnelheid en
verhouding met frequentie en golflengte [v=f.l] |
|
- Polarisatie |
|
|
|
5.6 Sinusvormige
signalen |
|
- De graphische
voorstelling in functie van de tijd |
|
- Onmiddellijke waarde,
amplitude : [E.max ], |

|
- Effectieve waarde [RMS] : |
|
- Gemiddelde waarde |
|
- Periode en duur van een
periode |
|
- Frequentie |
|
- De eenheid hertz |
|
- Faseverschil |
|
|
|
5.7 Niet-sinusvormige
signalen |
|
- Audiosignalen |
|
- Bloksignalen |
|
- Grafische voorstelling in
functie van de tijd |
|
- Gelijkstroomcomponent,
hoofdgolf en harmonischen |
|
|
|
5.8 Gemoduleerde
signalen |
|
- Amplitudemodulatie |
|
- Fasemodulatie, frequentiemodulatie en
enkelzijbandmodulatie |

|
- Frequentieafwijking en modulatie-index |
|
- Draaggolf, zijbanden en bandbreedte |
|
- Golfvorm |
|
|
|
5.9 Vermogen en
energie |
|
-Vermogen van sinusvormige
signalen |

|
-Vermogensverhoudingen die
overeenstemmen met de volgende dB-waarden : |
|
0 dB, 3 dB, 6 dB, 10dB en
20 dB (zowel in positieve als in negatieve zin) |
|
- Vermogensverhouding
tussen de ingang en uitgang in dB van versterkers en/of verzwakkers |
|
- Aanpassing (maximale
vermogensoverdracht) |
|
- Verhouding tussen
ingangs- en uitgangsvermogen en efficiëntie |

|
- Maximumzendvermogen [PEP]
van de gemoduleerde draaggolf |
|
|
|
HOOFDSTUK 6 : Componenten |
|
|
|
6.1 Weerstand |
|
- Weerstand |
|
- De eenheid ohm |
|
- Stroom- en
spanningskarakteristieken |
|
- Vermogensdissipatie |
|
- Positieve en negatieve
temperatuurcoëfficiënten |
|
|
|
6.2 Condensatoren |
|
- Capaciteit |
|
- De eenheid farad |
|
- De verhouding tussen
capaciteit, afmetingen en diëlektricum (uitsluitend kwantitatief aspect) |
|
- De reactantie |

|
- Faseverschil tussen
spanning en stroom |
|
- Karakteristieken van
vaste en variabele condensatoren :lucht, mica, folie-, keramische en
elektrolytische condensatoren |
|
- Temperatuurcoëfficiënt |
|
- Lekstroom |
|
|
|
6.3. Spoelen |
|
- Zelfinductie |
|
- De eenheid henry |
|
- De invloed van het aantal
windingen, de doorsnee, de lengte en het kernmateriaal (uitsluitend
kwalitatieve invloed) |
|
- De reactantie |
![]()
|
- Faseverschil tussen
spanning en stroom |
|
- Q-factor |
|
- Skineffect |
|
- Verliezen in kernmaterialen |
|
|
|
6.4 Toepassing en
gebruik van transformatoren |
|
- Ideale transformator [Pprim = Psec] |
|
- Het verband tussen de
verhouding van het aantal windingen en |
|
- de spanningsverhouding : |

|
- de stroomverhouding |

|
- de impedantieverhouding (uitsluitend
kwalitatief aspect) |
|
- De transformatoren |
|
|
|
6.5 Diodes |
|
- Gebruik en toepassing van
diodes |
|
- Gelijkrichterdiode,
Zenerdiode, LED [lichtgevende diode], spanningsafhankelijke en
capaciteitsafhankelijke diode [VARICAP] |
|
- Spanning in keerrichting,
lekstroom |
|
6.6 Transistors |
|
- PNP- en NPN-transistoren |
|
- Versterkingsfactor |
|
- Veldeffecttransistor [N-
en P-kanaal, j-FET] |
|
- De weerstand tussen
afvoerstroom en klemspanning |
|
- De transistoren : |
|
- in common emitter-schakeling [source voor
veldeffecttransistor] |
|
- in common base-schakeling [gate voor veldeffecttransistor] |
|
- in common collector-schakeling [drain voor
veldeffecttransistor] |
|
- in ingangs- en uitgangsimpedantie van de
voormelde schakelingen |
|
- in de instellingsmethoden |
|
|
|
6.7 Allerlei |
|
- Eenvoudige thermionische
onderdelen (elektronenbuizen) |
|
- Eenvoudige digitale
schakelingen |
|
|
|
HOOFDSTUK 7 : Schakelingen |
|
|
|
7.1 Combinatie van
componenten |
|
- Serie- en
parallelschakelingen van weerstanden, spoelen, condensatoren, transformatoren
en diodes |
|
- Stroom en spanning in
deze schakelingen |
|
- Impedantie van deze
schakelingen |
|
|
|
7.2 Filters |
|
- Serie- en parallelfilters |
|
- Impedantie |
|
- Frequentiekarakteristieken |
|
- Resonantiefrequentie |

|
- Kwaliteitsfactor van een
afgestemde kring |

|
- Bandbreedte |
|
|
|
- Doorlaatfilter,
laagdoorlaat-, hoogdoorlaatfilters, doorlaatfilter en sperfilter, opgebouwd
met passieve componenten |
|
- Pi-filter en T-filter |
|
- Frequentieweergave |
|
- Kwartskristal |
|
|
|
7.3 Voeding |
|
- Half- en dubbelfasige
gelijkrichtschakelingen en de bruggelijkrichter |
|
- Afvlakschakelingen |
|
- Stabilisatieschakelingen
voor laagspanningsvoedingen |
|
|
|
7.4 Versterkers |
|
- Laagfrequentversterkers
[LF] en hoogfrequentversterkers [HF] |
|
- Versterkingsfactor |
|
-
Amplitude-frequentiekarakteristiek en bandbreedte |
|
- Polarisatieklassen A, A/B, B en C |
|
- Harmonischen
[niet-lineair vervormingen] |
|
7.5 Detectoren |
|
- AM-detector |
|
- Diodedetector |
|
- Productdetector |
|
- FM-detector |
|
- Slope detector |
|
- Foster-Seeleydiscriminator |
|
- CW- en SSB-detectoren |
|
|
|
7.6 Oscillatoren |
|
- Factoren die invloed
hebben op de frequentie en op de stabiliteitsvoorwaarden nodig voor het oscilleren |
|
- LC-oscillator |
|
- Kristaloscillator,
overtone-oscillator |
|
|
|
7.7 Fasegekoppelde
schakeling (Phase Locked Loop – PLL) |
|
- Fasegekoppelde schakeling
met fasevergelijking |
|
|
|
HOOFDSTUK 8 : Ontvangers |
|
|
|
8.1 Soorten |
|
- Eenvoudige en dubbele
superheterodyne ontvanger |
|
|
|
8.2. Blokschema’s |
|
- CW-ontvanger [A1A] |
|
- AM-ontvanger [A3E] |
|
- SSB-ontvanger voor
telefonie met onderdrukte draaggolf [J3E] |
|
- FM-ontvanger [F3E] |
|
|
|
8.3 Rol en werking van
de volgende trappen (Enkel blokschema’s) |
|
- HF-versterker |
|
- Oscillator [vaste en
variabele] |
|
- Mengtrap |
|
- Middenfrequentversterker |
|
- Begrenzer |
|
- Detector |
|
- Zwevingsoscillator |
|
- Kristalkalibrator |
|
- LF-versterker |
|
- Niveaubegrenzing |
|
- S-meter |
|
- Squelch |
|
|
|
8.4 Karakteristieken
van ontvangers (enkel eenvoudige beschrijving) |
|
- Naburig kanaal |
|
- Selectiviteit |
|
- Gevoeligheid |
|
- Stabiliteit |
|
- Spiegelfrequentie,
tussenfrequenties |
|
- Intermodulatie,
kruismodulatie |
|
|
|
HOOFDSTUK 9 : Zenders |
|
|
|
9.1 Soorten |
|
- Zenders met of zonder
frequentie-menging |
|
-
Frequentievermenigvuldiging |
|
|
|
9.2 Blokschema’s |
|
- CW-zender [A1A] |
|
- SSB-zender voor telefonie
met onderdrukte draaggolf [J3E] |
|
- FM-zender [F3E] |
|
|
|
9.3 Rol en werking van
de volgende trappen (enkel blokschema’s) |
|
- Mengtrap |
|
- Oscillator |
|
- Buffertrap |
|
- Stuurtrap |
|
-
Frequentievermenigvuldiger |
|
- Vermogensversterker |
|
- Uitgangsfilter
[pi-filter] |
|
- Frequentiemodulator, SSB-modulator, fasemodulator |
|
- Kristalfilter |
|
|
|
9.4 Karakteristieken
van zenders (enkel eenvoudige beschrijving) |
|
- Frequentiestabiliteit |
|
- HF-bandbreedte |
|
- Zijbanden |
|
- Audiofrequentieband |
|
- Niet-lineariteit |
|
- Uitgangsimpedantie |
|
- Uitgangsvermogen |
|
- Efficiëntie |
|
- Frequentiezwaai |
|
- Modulatie-index |
|
- CW-sleutelkliks en
getsjirp |
|
- Ongewenste HF-uitstralingen |
|
- Uitstralingen van de
behuizing |
|
|
|
HOOFDSTUK 10 : Antennes en transmissielijnen |
|
|
|
10.1 Soorten antennes |
|
- Centraal gevoede en
eindgevoede halvegolfdipool, en aanpassingen |
|
- Dipool mat afgestemde
traps, gevouwen dipool |
|
- Verticale kwartgolfantenne
[type GPA] |
|
- Antenne met reflectoren
en/of directoren [Yagi] |
|
- Paraboolantenne |
|
|
|
10.2 Antennekarakteristieken |
|
- Stroom- en
spanningsdistributie in een antenne |
|
- Impedantie aan het
voedingspunt |
|
- Capacitieve of inductieve
impedantie van een niet-afgestemde antenne |
|
- Polarisatie |
|
- Antenne winst t.o.v..de
isotropische antenne en t.o.v. een dipool |
|
- Effectief uitgestraald
vermogen (E.U.V. of E.R.P.) |
|
- Equivalent isotropisch
uitgestraald vermogen [E.I.U.V. of E.I.R.P.] |
|
- Voor/achter-verhouding |
|
- Horizontaal en verticaal
stralingsdiagram |
|
|
|
10.3 Transmissielijnen |
|
- Tweedraadsleiding |
|
- Coaxiale kabel |
|
- Golfpijp |
|
- Karakteristieke
impedantie |
|
- Voortplantingssnelheid |
|
- Staandegolfverhouding |
|
- Verliezen |
|
- Transformator, BALUN |
|
- Kwartgolflijn
[impedantie] |
|
- Antennetuners |
|
- Verliezen, verzwakking en
vrije ruimte |
|
- Open en kortgesloten
lijnen als afgestemde kringen |
|
|
|
HOOFDSTUK 11 : Voortplanting |
|
|
|
- Ionosfeerlagen |
|
- Kritische frequentie |
|
- Maximaal bruikbare
frequentie |
|
- Invloed van de zon op de
ionosfeer |
|
- Grondgolf, ruimtegolf,
stralingshoek en skip-afstand |
|
- Fading |
|
- Troposfeer |
|
- Invloed van de
antennehoogte op de overbrugde afstand (radiohorizon) |
|
- Temperatuurinversie |
|
- Sporadische E-reflectie |
|
- Aurora-reflectie |
|
|
|
HOOFDSTUK 12 : Metingen |
|
|
|
12.1 Principe van
metingen |
|
- Meting van : |
|
- Gelijk- en wisselspanning en gelijk- en
wisselstroom |
|
- Meetfouten |
|
- Invloed van de frequentie |
|
- Invloed van de golfvorm |
|
- Invloed van de interne weerstand
van het meettoestel |
|
- Weerstand |
|
- DC- en HF-vermogen [gemiddeld vermogen en
piekvermogen] |
|
- Staandegolfverhouding |
|
- Golfvorm van de omhullende van een
hoogfrequentsignaal |
|
- Frequentie |
|
- Resonantiefrequentie |
|
|
|
12.2 Meettoestellen |
|
- Praktijk van metingen : |
|
- Draaispoelmeter, multimeter |
|
- SGV-meter |
|
- Frequentieteller, absorptiefrequentiemeter |
|
- Absorptiegolfmeter |
|
- Oscilloscoop |
|
|
|
HOOFDSTUK 13 : Interferentie en bescherming |
|
|
|
13.1 Interferentie in elektronische toestellen |
|
- Blokkering |
|
- Storing van het gewenste
signaal |
|
- Intermodulatie |
|
- Detectie in
audio-installaties |
|
|
|
13.2 Oorzaak van interferentie in elektronische toestellen |
|
- Veldsterkte van de
zendinstallatie |
|
- Ongewenste uitstralingen
van de zender (parasitaire uitstraling, harmonischen) |
|
- Ongewenste beïnvloeding
van het toestel : |
|
- langs de antenne-ingang |
|
- langs andere lijnen |
|
- door rechtstreekse
instraling |
|
- door koppeling |
|
|
|
13.3 Bescherming tegen interferentie |
|
- Maatregelen om storingen
te voorkomen en uit te schakelen |
|
- filtering |
|
- ontkoppeling |
|
- afscherming |
|
|
|
13.4 Elektrische bescherming |
|
- Bescherming van de
personen en van de radioamateurinstallaties |
|
- Voeding door een
alternatief elektriciteitsnet |
|
- Hoogspanning |
|
- Bliksem |
|
- Elektromagnetische
compatibiliteit |
|
|
|
|
|
|
|
********************************************** |
Bijlage 3: Programma van het C-examen
|
Bijlage 3 bij het ministerieel besluit betreffende het aanleggen en het
doen werken van radio-elektrische stations door radioamateurs. |
|
|
|
Programma van het examen C |
|
|
|
HOOFDSTUK 1 : Internationale reglementering |
|
|
|
1.1 Radioreglement van de UIT |
|
- Bepaling van de
amateurdienst en van de amateursatellietdienst |
|
- Bepaling van een
amateurstation |
|
- Artikel 32 van het
Radioreglement |
|
- Frequentiebanden van de
amateurdienst |
|
- Radioregio’s van de UIT |
|
- Identificatie van
radioamateurstations, Europese nationale kengetallen |
|
- Samenstelling van de
roepnamen, Gebruik van de roepnamen |
|
- Internationaal gebruik
van een amateurstation in geval van nationale rampen |
|
- Noodsignalen |
|
- Resolutie nr. 640 van het
Radioreglement van de UIT |
|
|
|
1.2 Reglementering van de CEPT |
|
- De aanbevelingen en
beslissingen van de CEPT betreffende radioamateurs |
|
|
|
HOOFDSTUK 2 : Nationale reglementering |
|
|
|
- De artikelen 3, 4, 7, 8
en 9bis van de wet van 30 juli 1979 betreffende de radioberichtgeving |
|
- De artikelen 3, 4, 5, 7,
8, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 18, 21, 22, 23, 24, 25, 31 en 32 van het
koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private
radioverbindingen |
|
- Dit ministerieel besluit
en zijn bijlagen |
|
|
|
HOOFDSTUK 3 : Uittreksel
uit de internationale Q-code |
|
CODE |
VRAAG |
ANTWOORD OF BERICHT |
|
QRK |
Wat is de leesbaarheid van
mijn signalen (of van de signalen van ...) ? |
De leesbaarheid van uw
signalen (of van de signalen van ...) is : 1. Slecht. 2. Matig. 3.Tamelijk goed. 4. Goed. 5. Uitstekend. |
|
QRM |
Wordt u gestoord ? |
Ik word gestoord : 1. Ik word helemaal niet
gestoord. 2. Lichtjes. 3. Matig. 4. Erg. 5. Heel erg. |
|
QRN |
Wordt u gestoord door
atmosferische storingen ? |
Ik word gestoord door atmosferische
storingen. 1. Ik word helemaal niet
gestoord door atmosferische storingen. 2. Lichtjes. 3. Matig. 4. Erg. 5. Heel erg. |
|
QRO |
Moet ik meer vermogen
gebruiken ? |
Gebruik meer vermogen. |
|
QRP |
Moet ik minder vermogen
gebruiken ? |
Gebruik minder vermogen. |
|
QRS |
Moet ik langzamer uitzenden
? |
Zend langzamer uit. |
|
QRT |
Moet ik ophouden met te
zenden ? |
Houd op met te zenden. |
|
QRV |
Bent u gereed ? |
Ik ben gereed. |
|
QRX |
Wanneer roept u mij opnieuw
op ? |
Ik zal u opnieuw oproepen
om ... uur (op ... kHz [of MHz]). |
|
QRZ |
Wie roept me ? |
U wordt opgeroepen door ...
(op ... kHz [of MHz]). |
|
QSB |
Is er fading op mijn
signaal ? |
Er is fading op uw signaal. |
|
QSL |
Kunt u ontvangst bevestigen
? |
Ik bevestig ontvangst. |
|
QSO |
Kunt u rechtstreeks (of via
relais) communiceren met ... ? |
Ik kan rechtstreeks (of via
...) communiceren met ... |
|
QSY |
Moet ik zenden op een
andere frequentie ? |
Zend op een andere
frequentie (of op ... kHz [of MHz]). |
|
QTH |
Wat is uw positie in
lengte- en breedtegraad (of volgens een andere aanwijzing) ? |
Mijn positie is ...
breedtegraad en ... lengtegraad (of volgens een andere aanwijzing) |
|
HOOFDSTUK 4 : Internationale tabel voor fonetische
spelling |
|
Door te zenden LETTERS |
CODEWOORD |
UITSPRAAK van het code
woord |
|
A |
Alfa |
AL FAH |
|
B |
Bravo |
BRA VO |
|
C |
Charlie |
TCHAR LI ou/of CHAR LI |
|
D |
Delta |
DEL THA |
|
E |
Écho |
EK O |
|
F |
Foxtrot |
FOX TROTT |
|
G |
Golf |
GOLF |
|
H |
Hôtel |
HO TELL |
|
I |
India |
IN DI AH |
|
J |
Juliett |
DJOU LI ETT |
|
K |
Kilo |
KI
LO |
|
L |
Lima |
LI MAH |
|
M |
Mike |
MA
IK |
|
N |
November |
NO VEMM BER |
|
O |
Oscar |
OSS
KAR |
|
P |
Papa |
PAH PAH |
|
Q |
Quebec |
KÉ BEK |
|
R |
Romeo |
RO ME O |
|
S |
Sierra |
SI ER RAH |
|
T |
Tango |
TANG GO |
|
U |
Uniform |
YOU NI FORM ou/of OU NI FORM |
|
V |
Victor |
VIK TOR |
|
W |
Whiskey |
OUISS KI |
|
X |
X-ray |
EKSS RE |
|
Y |
Yankee |
YANG
KI |
|
Z |
Zoulou |
ZOU
LOU |
|
|
*De beklemtoonde
lettergrepen staan in het vetjes |
|
|
HOOFDSTUK
5 : Elektriciteit, elektromagnetisme en
radiotechniek |
|
|
|
5.1 Geleidbaarheid |
|
- Geleiders, halfgeleiders
en niet-geleiders |
|
- Stroom, spanning en
weerstand |
|
- De eenheden : ampère,
volt en ohm |
|
- De wet van Ohm (U=I.R) |
|
- De wetten van Kirchhoff |
|
- Elektrisch vermogen
(P=U.I) |
|
- De eenheid watt |
|
|
|
5.2 Bronnen van
elektriciteit |
|
-
Spanningsbron, bronspanning (EMK) en klemspanning |
|
- Serie- en parallelschakeling
van spanningsbronnen |
|
|
|
5.3 Elektrisch
veld |
|
- Elektrische
veldsterkte |
|
- De eenheid :
volt/meter |
|
|
|
5.4 Magnetisch
veld |
|
- Magnetisch
veld rondom een geleider |
|
|
|
5.5 Elektromagnetisch
veld |
|
- Radiogolven bekeken als
elektromagnetische golven |
|
- Voortplantingssnelheid en
verhouding met frequentie en golflengte [v=f(l)] |
|
- Polarisatie |
|
|
|
5.6 Sinusvormige
signalen |
|
- De graphische
voorstelling in functie van de tijd |
|
- Onmiddellijke waarde,
amplitude : [E.max ], |
|
- Effectieve waarde [RMS] : |

|
- Periode en duur van een
periode |
|
- Frequentie |
|
- De eenheid hertz |
|
- Faseverschil |
|
|
|
5.7 Niet-sinusvormige
signalen |
|
- Blokgolven |
|
- Grafische voorstelling in
functie van de tijd |
|
|
|
5.8 Gemoduleerde
signalen |
|
- Amplitudemodulatie |
|
- Ffrequentiemodulatie en enkelzijbandmodulatie |
|
|
|
5.9 Vermogen en
energie |
|
-Vermogen van sinusvormige
signalen |

|
-Vermogensverhoudingen die
overeenstemmen met de volgende dB-waarden : |
|
0 dB, 3 dB, 6 dB, 10dB en
20 dB (zowel in positieve als in negatieve zin) |
|
- Vermogensverhouding
tussen de ingang en uitgang in dB van versterkers en/of verzwakkers |
|
- Verhouding tussen
ingangs- en uitgangsvermogen en efficiëntie |

|
|
|
HOOFDSTUK 6 : Componenten |
|
|
|
6.1 Weerstand |
|
- Weerstand |
|
- De eenheid ohm |
|
- Vermogensdissipatie |
|
|
|
6.2 Condensatoren |
|
- Capaciteit |
|
- De eenheid farad |
|
- De verhouding tussen
capaciteit, afmetingen en diëlektricum (uitsluitend kwantitatief aspect) |
|
- De reactantie |

|
|
|
6.3. Spoelen |
|
- Zelfinductie |
|
- De eenheid henry |
|
- De invloed van het aantal
windingen, de doorsnee, de lengte en het kernmateriaal (uitsluitend
kwalitatieve invloed) |
|
- De reactantie |
![]()
|
|
|
6.4 Toepassing en
gebruik van transformatoren |
|
- Ideale transformator [Pprim = Psec] |
|
- Het verband tussen de
verhouding van het aantal windingen en |
|
- de spanningsverhouding : |